Elke zondag van 7 uur tot 10 uur op NPO Radio 1
Elke dinsdag om 19.20 uur op NPO2

  • Hoe reageren de merels op het usutuvirus?

    Merel
    Fotograaf: boshuis

    Ook dit jaar zijn er veel dode vogels gemeld die waarschijnlijk zijn getroffen door het usutuvirus. Door meldingen van dode merels uit het hele land ziet SOVON bovendien de grens van dode merels langzaam naar het westen opschuiven. Begin april dit jaar werd het virus opnieuw in Nederland vastgesteld. De eerste uitbraak in Nederland van het usutuvirus was in 2016. Met name merels worden erdoor geveld. Begin september 2017 hadden Sovon en DWHC in totaal al ruim 1500 meldingen van dode vogels ontvangen.

    Verspreiding van dode merels

    Met name in Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant zijn veel meldingen binnengekomen van dode merels. Gedurende de zomer leek er bovendien sprake van een geleidelijke verschuiving naar het westen en noordoosten. Onderstaande kaart geeft de meldingen weer van gemelde vogels en onderzochte vogels (groen is niet geïnfecteerd met usutuvirus, rood wel geïnfecteerd).

    dode merels grafiek

     

    Minder Merels per tuin

    Dat vogeltellingen, zoals de Jaarrond Tuintelling, van half juli tot begin september een terugval laten zien van het aantal merels is normaal omdat merels dan minder actief zijn. Maar het lijdt geen twijfel dat het aantal momenteel extra laag is als gevolg van het usutuvirus. Het gemiddelde aantal merels per tuin deze nazomer lijkt daadwerkelijk op een lager niveau te liggen.

    Dit najaar zullen de aantallen weer toenemen vanwege de najaarstrek van de merel. Deze piekt doorgaans eind oktober. De Nederlandse broedvogels zijn overwegend standvogel. Doortrekkers en overwinteraars die ons land aandoen zijn vooral afkomstig uit Scandinavië en Noordoost-Europa. De toename van het aantal merels in het najaar hoeft dus niet op herstel van de Nederlandse populatie te wijzen.

    Omvang sterfte

    Het is niet eenvoudig om de werkelijke omvang van de sterfte te bepalen en antwoord te geven op de vraag in hoeverre het usutuvirus de merelpopulatie op langere termijn negatief beïnvloedt. Mogelijk zal pas in het voorjaar van 2018 duidelijk worden of de Nederlandse broedvogels echt een klap hebben gekregen van het usutuvirus. Het is belangrijk om met tellingen en onderzoek een vinger aan de pols te houden.

    Hoopvol is in elk geval dat SOVON dankzij onderzoek aan geringde vogels nu al weet dat er ook besmette merels zijn die later levend en ogenschijnlijk gezond zijn terug gevangen.

    Onderzoek naar het usutuvirus

    Verschillende partijen doen onderzoek naar het usutuvirus. Sovon Vogelonderzoek Nederland volgt middels tellingen de aantallen en verspreiding van (dode) vogels. Het Dutch Wildlife Health Centre richt zich op het onderzoeken van ziekten onder wilde dieren, voor virussen zoals het usutuvirus wordt samengewerkt met het Erasmus MC. Het Vogeltrekstation van het NIOO-KNAW volgt de verspreiding en overleving van vogels in de natuur door te ringen, waarbij samen met het Erasmus MC ook gekeken wordt naar de aanwezigheid van het usutuvirus bij de geringde vogels.

    Bron: SOVON , DWHC en de Erasmus MC

    Geplaatst in: Nieuws