Elke zondag van 7 uur tot 10 uur op NPO Radio 1
Elke vrijdag om 19.40 uur op NPO2

  • Jelle Reumer: Honing

    Jelle Reumer

    Anderhalve week geleden publiceerde het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Science een alarmerend artikel dat me eigenaardigerwijze totaal niet verbaasde, wat wel uitzonderlijk is voor alarmerende berichten. Die zouden moeten verbazen. Deze niet. Een groepje Zwitserse biologen heeft onderzoek gedaan naar de mogelijke verontreiniging van honing met insecticiden. Daartoe hadden ze vrienden, familieleden en collega’s gevraagd om vanuit de hele wereld potjes met honing te verzamelen en mee te nemen naar Zwitserland. De onderzoekers hebben vervolgens 198 potjes met de goudgele lekkernij geanalyseerd, potjes met wereldwijde herkomst, van Curaçao tot Nieuw Zeeland. Honing, dit voor de ignorami onder de luisteraars, wordt door bijen gemaakt en dat zijn insecten.

    Wat bleek: in 75% van de potjes honing die de onderzoekers onderzochten, bleken zogenoemde neonicotinoïden te zitten. In sommige potjes zat maar één type, maar in liefst tien procent van de potjes honing zaten vier of vijf verschillende typen. Eet smakelijk. We smeren dus allemaal insecticiden op ons brood of schenken het in de verse biologische muntthee. Van die neonicotinoïden bestaan vijf typen, die allemaal prachtige namen hebben: acetamiprid, imidacloprid, thiacloprid, thiamethoxam en clothianidine. Je moet het maar kunnen verzinnen; de gifmengers van deze wereld bezitten een ongebreidelde taalfantasie. Vooral clothianidine vind ik wel toepasselijk klinken. Klote dus.

    De meeste potjes bleven gelukkig onder de norm voor menselijke consumptie, gemiddeld 3,6 % van de toegestane dosis van 50 nanogram per gram honing, maar in een enkel geval was het meer. Er bleken zelfs twee monsters te zijn gevonden die de maximum toegestane dosis fors overschreden. Eén potje kwam uit Polen, het andere uit Duitsland. Zelfs bij het fipronilschandaal kwam zo’n overschrijding niet voor, dat bleef in die eieren allemaal dik onder de norm. Maar zoals bij die gif-eieren een wereldwijde woedeaanval uitbrak, blijft het bij de gif-honing vooralsnog angstvallig stil. De NVWA is bezig met vegetarisch vlees, de politiek met de kabinetsformatie en de media zijn druk met Arjen Robben.

    Ondertussen gaat de natuur naar de knoppen. Neonicotinoïden helpen de insectenwereld om zeep. Om te beginnen. Het wordt ook wel bijengif genoemd, hoewel het niet tegen bijen bedoeld is. Zaad van landbouwgewassen wordt preventief gedrenkt in gif; de plantjes die eruit ontkiemen zijn dan automatisch beschermd tegen insecten. Niet alleen mogelijke vraatinsecten, maar alle insecten die de euvele moed hebben om in de buurt van de akker te komen, gaan eraan dood. Ook bijen. Collateral damage is dat dan. Jammer maar helaas.

    Dit voorjaar publiceerde datzelfde Science een artikel van Duitse onderzoekers die constateerden dat in een natuurgebied, niet ver over de grens bij Venlo, de insectenfauna in 24 jaar tijd met 78% was afgenomen; ik sprak daar al eerder over. Kortom: er zit bijengif in driekwart van de potjes honing en er zijn ruim driekwart minder insecten. Beter kunnen we de verfoeilijke effecten van de moderne landbouwtechnieken niet schetsen. Deze wereld gaat in rap tempo naar de clothianidine - u hoort het, ik druk me diplomatiek uit. En we staan erbij en kijken ernaar.

    Geplaatst in: Column