NPO Radio 1

Zondag van 7 uur tot 10 uur

NPO2

Vrijdag om 19.35 uur

  • Koos Dijksterhuis: Hoe zout willen we het hebben?

    koos1_03.jpg

    Er mag zout gewonnen worden in de Waddenzee. Het is de Waddenvereniging en Natuurmonumenten niet geluk dat met een proces tegen te houden. Zoutwinning is de zoveelste bedreiging van het op papier best beschermde natuurgebied ter wereld. Sinds kort is de Waddenzee ook het mooiste natuurgebied van Nederland, en wordt er drie ton geïnvesteerd om er een attractie van te maken voor cruiseschepen vol Chinezen. Nochtans wordt er gevist, naar gas geboord en dus ook zout gewonnen.

    Zout winnen uit zee klinkt logisch en ach, je kunt toch niet op alle slakken zout leggen? In Zuid-Frankrijk vult men ondiepe bassins vol zeewater. Het water verdampt, een zoutlaagje blijft achter. Hetzelfde gebeurt op akkers in Azië, waar zout geen winning betekent, maar verlies. Boeren bevloeien er hun velden met grondwater. Dat is lang niet zo zout als zeewater, maar toch een beetje zout. Na elke irrigatie blijft er iets achter. De grond wordt wit als sneeuw en te zout om nog iets op te verbouwen. Als dát zout nou eens gewonnen werd, dan zouden boeren in Azië geholpen zijn en hoefden wij de Waddenzee niet om te woelen.

    Want in de Waddenzee wordt het zeezout niet van de bij eb droogvallende wadplaten geschraapt, nee, het wordt uit de bodem opgepompt Op vier plekken komen pompinstallaties. Eerst wordt er een half jaar geboord en verrijst er een boortoren midden op de Waddenzee, halverwege Harlingen en Terschelling. De al bestaande boortorens bij Ameland zijn op grote afstand te zien als reusachtige schandvlekken. Geen gezicht in een landschap dat het van zijn weidsheid, leegte en stilte moet hebben. Zelfs de oprijzende verbodsbordjes rond de weinige plekken die niet door wadlopers, vissers, zeilers of kanovaarders betreden mogen worden, verstoren de vlakke weidsheid. Industriële boortorens, met leidingen en pompstations, zijn natuurlijk helemaal een vloek.

    In de stilte vallen menselijke enorm op. Vorige week nog hoorde ik op Schiermonnikoog ‘s nachts het stampende gebrom van garnalenkotters die rond het eiland vissen. Het boren naar zout zal net als het boren naar gas de rust verstoren. De geluiden van wadvogels zijn juist een feest voor het oor en verdiepen de stilte. Wadvogels vinden voedsel op de telkens droogvallende wadbodem. Maar door de zoutwinning zal de bodem dalen, zodat die onbereikbaar wordt. Met de verwachte zeespiegelstijging lijkt bodemdaling me helemaal ongewenst. Maar ach, zo is het reddingsplan voor noodgevallen, dan pompen we gewoon zand uit de Noordzeebodem naar het wad. Dan komen er behalve pompinstallaties en een boortoren dus ook zandzuigers op de Noordzee, en een buis om het opgezogen zand in de Waddenzee te pompen. Nog meer verstoring boven en vooral onder water. Dat rond pompen zeebodemzand is de pest voor het bodemleven. Wadvogels hebben er niets aan.

    De zee, hoe goed beschermd ook op papier, legt het af tegen economische belangen, want wat er op zee en onder water gebeurt zien we toch niet. Zelfs een marginaal belang als zoutwinning wint het van de Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Natura2000, de Werelderfgoedstatus. Zo zout hebben we het nog nooit gegeten. En we eten al te veel zout. Zout uit de Waddenzee – wat een zouteloos besluit.

    Geplaatst in: Column