Elke zondag van 7 uur tot 10 uur op NPO Radio 1
Elke dinsdag om 19.20 uur op NPO2

  • Opkomst gele korstmossen door te veel ammoniak

    Groot dooiermos
    Groot dooiermos. Fotograaf: Kok van Herk

    Als er één organisme een hele goede indicator is voor onze luchtkwaliteit, dan is het wel een korstmos. Een van de stoffen waarop deze samenlevingsvorm tussen schimmel en alg reageert is namelijk ammoniak. Sommige soorten gedijen prima bij de aanwezigheid van ammoniak, andere soorten zijn juist ammoniak haters.

    Ammoniak in de lucht

    Kok van Herk onderzoekt sinds 1989 , meestal in opdracht van provincies, welke soorten korstmossen er in Nederland groeien. Per provincie heeft hij 200 tot 900 meetpunten. Zijn bevindingen zijn opzienbarend. Ondanks alle ammoniakmaatregelen door de overheid blijkt in de natuurgebieden de hoeveelheid ammoniak juist toegenomen te zijn. Dat blijkt uit zowel de metingen van het RIVM als door het onderzoek van Kok van Herk. Het RIVM meet sinds midden jaren 80 de concentratie ammoniak in de lucht. Tussen 1993 en 2004 nam die concentratie flink af met ruim een derde, maar tussen 2005 en 2014 nam ze weer stevig toe met een vijfde. Ondanks alle ammoniakmaatregelen voor de intensieve veehouderij.

    Grote boerenkoolmos

    Groot boerenkoolmos. Fotograaf: Kok van Herk

    Gele korstmossen

    Naast de metingen door het RIVM ziet Kok van Herk het resultaat van de toename van ammoniak aan de korstmossen in de natuurgebieden. Door de ammoniak rukken de ammoniak-minnende soorten steeds meer op in de natuurgebieden. Zo vindt hij er steeds meer groot dooiermos en poedergeelmos. veel van deze soorten zijn te herkennen aan hun gele kleur. De bomen (met name eiken) in onze natuurgebieden kleuren naar aanleiding van de opkomst van deze ammoniak-minnende soorten dan ook steeds meer geel. Soorten die voorheen de bomen groen kleurden, zoals groot boerenkoolmos en eikenmos en baardmos, hebben het erg moeilijk onder de huidige omstandigheden.

    Natura2000

    Vreemd genoeg worden de ammoniak-minnende soorten steeds meer in onze natuurgebieden gevonden, terwijl er in de omgeving van de intensieve veehouderijen juist een afname van deze soorten te zien is van rond de 30%. Hoe de verplaatsing van de ammoniak van de bron  naar de natuurgebieden plaats heeft kunnen vinden, is een raadsel voor alle deskundigen. Maar het stemt Kok van Herk erg somber: de opkomst van ammoniak duidt op een toename van stikstof. Iets waar veel vegetatie gevoelig voor is. Mogelijkerwijs kan hierdoor de soortenrijkdom in onze natuurgebieden afnemen en dat is een hele slechte zaak voor de 160 beschermde Natura2000-gebieden. Juist voor deze gebieden is door Europa vastgelegd dat de soortenrijkdom er niet verder mag afnemen.

    Geplaatst in: Fragment Radio

Media

Meer in Fragment Radio