Elke zondag van 7 uur tot 10 uur op NPO Radio 1
Elke dinsdag om 19.20 uur op NPO2

  • Palen boven water

    palen_in_zee.jpg

    Al 500 jaar beschermen ze tegen de zee, de houten paalhoofden voor de kust van Walcheren. Deze zwarte palissaden, zoals de dichter Jan Prins ze noemde, zijn door de provincie Zeeland tot monument verklaard en zijn een van de elementen in het landschap die de identiteit van Zeeland bepalen. Fotografe Pauline van Lynden stelde een prachtig boek samen over de geschiedenis van de paalhoofden. Van Lynden maakte talloze foto's, in alle seizoenen en onder allerlei omstandigheden, zich daarmee voegend in een lange traditie van kunstenaars (onder wie Piet Mondriaan).

    In 1739 werd besloten om bij Domburg over een lengte van 4 kilometer 30 grote paalhoofden haaks op de duinen te bouwen. Om het zand beter vast te houden, werden nieuwe rijen palen dichter op elkaar gezet. Ook werd geëxperimenteerd met de positie van de paalrijen ten opzichte van de windrichting en de zeestroming. In 1874 telde de westkust van Walcheren 119 paalhoofden.

    Rond de paalhoofden is een zuiver maritiem ecosysteem ontstaan, door de stroming, maar ook door de aanwas van zeepokken en mosselen. Domburgse vissers weten het allang: als je vis wilt vangen met je hengel moet je vlak naast de paalhoofden staan. Daar fourageert zeebaars, geep, ansjovis, pieterman, fint en harder. Op de zeebodem tussen de palen vind je een beetje grove kelp en aan de palen groeit fijn wier.
    De bodemstructuur is door de stroming ruw en gegolfd, in vergelijking tot de normale Noordzeebodem, die eigenlijk een gewone vlakke plaat zand is. De stroming tussen de palen veroorzaakt ondiepten en kreken tussen de paalhoofden, en zorgt dus voor een goede dynamiek.
    Het bodemleven is dan ook zeer gevarieerd, naast krabben, zeewormen, garnalen en een enkele Noordzeekreeft, zijn de kreken een kraamkamer voor jonge (plat)vis. De zuiverheid en de kwaliteit van het ecosysteem is zelfs zo goed dat jaarlijks de – uiterst kritische- Yersekse mosseltelers mosselzaad (dat zijn hele kleine mosseltjes) van de paalhoofden komen schrapen om dat vervolgens uit te zetten op hun mosselpercelen in de Oosterschelde. Overigens tot zwaar ongenoegen van veel Domburgers, die liever zelf hun mosselen garen. De Domburgse Noordzeemossel kenmerkt zich door zijn fijne smaak. Hij is niet bijzonder groot, maar in de regel mooi wit en vrij van zand. De palen vervullen hier een soortgelijke functie als bij de hangcultuurmosselen. Ze zijn de dragers van grote trossen uitstekende schelpdieren.

    De rijen palen waren er al vóór de 16e eeuw, toen de inwoners van Westkapelle hun vorst om een dijk gingen vragen, om hun kant van het eiland te versterken. Ter bescherming van deze dijk werden rijen palen haaks op de kust in het zand geplaatst rond 1540. Sinds die tijd zijn de rijen uitgebreid, de palen herhaaldelijk vervangen, en zijn er rampen gebeurd maar ook successen geboekt. De discussie over de effectiviteit van deze palen is nooit gestopt.

    In de 18e eeuw waren er veel grote stormen op Walcheren en was er weinig geld voor onderhoud aan de kust. Toen gebeurde er iets heel onverwachts, na een hevige storm in 1730 spoelden plotseling veel meer palen aan dan normaal bij een storm het geval was en vooral ook veel nieuwe palen. Zij waren op een wonderlijke wijze afgebroken en bleken niet meer dan broze omhulsels te zijn met daarin vreemde, witte wurmen. Een nieuwe vijand was de kust binnengedrongen, nog destructiever dan de zee: de paalworm. Binnen enkele weken stortten paalhoofden en sluisdeuren langs de kust in en werden vissersboten doorboord en tot zinken gebracht. De schade werd zowel een financiële als een praktische ramp. De opmars van de paalworm is overigens later door impregneren toto staan gebracht.

    Een groot aantal werden vernoemd naar de notabelen die de plaatsing mogelijk hebben gemaakt. Het meeste hout voor de palen kwam uit de bossen van de Ardennen. De palen dienden niet alleen ter bescherming van de dijken en om het zand vast te houden, maar ook legde men er boten aan vast.

    Sinds 1990 zijn hele rijen palen verplaatst en aangevuld. Elke 3 tot 4 jaar worden er dikke lagen zand op de kust gespoten om een basiskustlijn te handhaven zoals die in 1990 door de Nederlandse overheid is vastgesteld (1990 voltooiing Deltaplan). Die zogenaamde zandsuppleties compenseren het zandverlies en hebben een beschermde werking ten opzichte van oever en duinen. In een paar weken worden dan honderdduizenden kubieke meters zand op het strand gespoten. De paalhoofden worden dan tijdelijk door zand bedolven, tot de zee ze weer vrijspoelt; wat nooit lang duurt.

    Het boek van Pauline van Lynden heet  Donkere Palissaden en is uitgegeven door de Stichting Visual Legacy. ISBN: 978-90-811850-1-1

    Geplaatst in: Fragment Radio

Media

Meer in Fragment Radio