NPO Radio 1

Zondag van 7 uur tot 10 uur

NPO2

Vrijdag om 19.35 uur

  • Saskia van Loenen: dwaalgast

    saskia_van_loenen_01.jpg

    Ik had ineens ontzettend behoefte aan pestvogels en op Texel zaten ze al dagen. Een groep van 18 van die schitterende kwajongens, in De Koog. Het weekend was nog maar net begonnen. En dus sprong ik een uur later in de auto voor een spontane dosis vogelgenot.



    Op die lange weg door Den Helder zat ik achter een Duitser die zo verschrikkelijk sloom reed dat toen ik hem na veel gevloek eindelijk kon passeren en het autoplatform op scheurde, de slagboom precies voor mijn neus omlaag ging en de boot wegvoer – danke schön. Als dat maar geen veeg teken was. Dat de blauwe lucht tijdens het wachten snel dichttrok probeerde ik te negeren. Dat het al ging miezeren toen ik de boot afreed ook. In de pestvogelstraat vloog ik de auto uit. Geen vogel te zien. Aan het eind van de straat barstte de hemel open. Drijfnat rende ik terug. Krijg de pest met je pestvogels, impulsieve sukkel, vervloekte ik mezelf.

    Somber reed ik in de kletterende regen naar De Cocksdorp. Eerst het Vogelinformatiecentrum, want eigenaar Marc had me op Facebook koffie beloofd. Ik vertelde hem mijn pestvogelmislukking en wilde net een eerste slok koffie nemen toen zijn mobiel ging. Het waren maar een paar woorden. ‘Waar? Nu? Waar precies? Tot zo.’ Hij hing op en riep: ‘roodoogvireo!’ Gezien zijn draf naar de deur moest dat wel een vogel zijn. ‘Wil je mee?’, hoorde ik. Ik dook achter hem aan het busje in en nog voor ik de deur dicht had scheurde hij weg. Onderweg legde hij uit wat een roodoogvireo was. Een dwaalgast uit Noord-Amerika. Zeer zeldzaam, nooit eerder gezien op Texel. En nu zat hij hier in het bos vlakbij. Of ik me wel even realiseerde wat een gore mazzelaar ik was.

    Op een nat bospad stonden de eerste Texelaars al. Terwijl we de kruinen afspeurden kwam de ene na de andere vogelaar aanrennen. Na anderhalf uur omhoog turen in de regen klonk ineens het verlossende ‘Ja!’ en het klikklikklikklik. Zelfs mij lukte het na 20 wanhopige Hans Dorrestijn-achtige minuten om hem eindelijk óók te zien. Een eenvoudig, maar mooi, klein vogeltje.

    Maar veel mooier waren de mannen om me heen. Lachende gezichten, gelukzalige zuchten. De man die hem hier met zijn arendsoog had gespot (dat hij Arend heet verzin ik niet), voor altijd De Held Van Het Eiland, stond als stralend middelpunt alle schouderklopjes, handdrukken en omhelzingen in ontvangst te nemen. Zag ik nou traantjes weggepinkt worden? Hier liepen grote mannen te huilen van geluk om een piepklein vogeltje. En ik mocht er zomaar tussen staan.
    Nadat ook Marc na twee uur roodoogvireo-genieten bevredigd was in zijn vogelgeluk gingen we op zoek naar mijn pestvogels. ‘Ze lijken in vlucht op een wolk spreeuwen’, zei hij in de auto. ‘Aha, zoals die spreeuwen daar’, zei het blondje. ‘Nee, dat zijn ze!’ schreeuwde hij. Ik schreeuwde nog harder. Daar zaten ze, de ware reden van mijn komst naar Texel. 18 pestvogels in één boom. Ondanks de slome Duitser was het gelukt. Het was fantastisch. En roodoogvireo of niet: dit waren pas vogels.

    Maar het echte klapstuk moest nog komen. De ochtend erna zat ik aan het ontbijt. Marc had het me voorspeld: kwamen die eerste dag net voor de schemering nog vogelaars uit Noord-Holland aanhollen, morgen op de eerste boot staat de rest van Nederland. Ik keek op mijn horloge. De eerste boot kwam aan om 10 voor 8. Het was 25 minuten rijden naar mijn hotel, met uitzicht op de weg vlakbij het roodoogvireobos. Kwart over 8 zouden ze hier langskomen, de vogelaars uit Limburg. Om 8 uur verslikte ik me in mijn beschuit. Zoef! Zoef! Zoef! Tientallen auto’s vol legergroene mannen met kijkers suisden voorbij of hun leven ervan afhing. Ik huilde tranen in mijn thee van het lachen. 


    Maar ook van ontroering. Een echte twitcher zal ik nooit worden, maar hee: zoveel liefde voor een vogel, voor een ontheemde dwaalgast nota bene – kom daar eens om in het echte leven. Vogelmannen zijn de liefste mannen. Iedereen vogelaar en agressie, vuurwerk en zelfs oorlogen verdwijnen als een dwaalgast in de nacht. Geen knallen maar kijkers: dat lijkt me de beste wens voor 2019.

    Geplaatst in: Column