Elke zondag van 7 uur tot 10 uur op NPO Radio 1
Elke dinsdag om 19.20 uur op NPO2

  • Weblog Antarctica, Stef Bokhorst (archief)

    vv_newsimg_153367.jpg
    Stef Bokhorst

    Bioloog Stef Bokhorst werkt bij het Nederlands Instituut voor Ecologie. Hij onderzoekt de invloed van klimaatverandering op de vegetatie op Antarctica. Daarom gaat hij jaarlijks vijf maanden naar Antarctica, en dit jaar is dat voor de tweede keer. Op 14 oktober vertrok hij vanaf Schiphol naar Santiago de Chili. Vandaar gaat de tocht eerst naar de Falklands, dan 6 weken iets zuidelijker naar de South-Orkney eilanden (Signy) en tenslotte 4 weken naar de Adelaide Islands (Anchorage).

    De bijdragen van Stef staan hieronder 'omgekeerd chronologisch' - dat wil zeggen: de meest recente is pagina 1. Als u oudere teksten wilt zien, dan moet u doorbladeren.

    Diverse links en audio

    Luister hier in Real Audio naar een telefoongesprek van eind november dat op 5 december werd uitgezonden

    Luister hier in RealAudio naar het eerste radioverslag van 17 oktober

    Persoonlijke webpagina Stef Bokhorst

    Persoonlijke webpagina van mede-onderzoekster Merlijn

    Website Fate-project

    Website Nederlands Instituut voor Ecologie

    16 oktober 2003

    Hij doet zijn onderzoek door een soort open tentjes op plekken op het land te zetten waar de natuur zijn gang kan gaan, en hij kijkt wat er met de planten in die tentjes gebeurt over de jaren. Hij kijkt naar vegetatie, bodemorganismen en het transport van koolstof en stikstof. In de natuur is een bepaalde verhouding van koolstof-12 en koolstof-13 en hoeveel er in een organisme zit hangt af van wat het gegeten heeft. Als je die verhouding dan meet bij een springstaart of mijt weet je wat ze eten.


    Vorig jaar heeft Stef 36 meetpunten neergezet, 12 per lokatie. Dit jaar gaat hij ze opnieuw bezoeken en kijken wat er veranderd is. De drie lokaties zijn zo gekozen dat ze langs een temperatuurgradiënt vallen, van gematigd (Falklands) naar zo koud mogelijk (Anchorage).

    Tijdens zijn reis zal Stef regelmatig stukken schrijven voor onze site. En hij is een aantal keer in de uitzendingen van Vroege Vogels te horen.De eerste keer op 17 oktober, niet vanaf Antarctica, maar wél naast de pinguïns (in Artis).

    Een korte introductie vanaf de Falklands

    23 oktober 2004

    Bij deze mijn eerste verhaal voor de webpagina. We zijn hier nog maar net een week en we hebben nog niet veel kunnen doen omdat het schip met onze spullen vertraagd was. Het internet in Goose Green ligt nu plat dus internet is wat moeilijk.

    Ik zal mezelf even voorstellen, mijn naam is Stef Bokhorst en ik ben een onderzoeker in opleiding bij het Nederland Instituut voor de Ecologie (www.nioo.nl). De komende zes weken zit ik op de Falklands om veldwerk te verrichten. Hierna vertrek ik voor drie maanden naar Antarctica om mijn werk voort te kunnen zetten. De komende maanden zal ik op deze plek wat vertellen over het werken en leven op de Falklands en Antarctica.

    Vorig jaar hebben we op drie locaties, de Falklands, Signy Island en Anchorage Island tentjes zonder een dak geplaatst. Deze tentjes (ook wel open top chambers genaamd) breken de wind en zodoende creeren ze een soort van broeikas. Binnen deze tentjes wordt het 2-3 graden warmer dan daar buiten. Hierdoor hebben we een eenvoudige methode om klimaats verandering na te bootsen.

    Dit en komende seizoenen gaan we bij houden wat er voor veranderingen optreden in de vegetatie samenstelling, de bodem fauna en afbraak processen onder invloed van de opwarming. Zodoende hopen we te kunnen voorspellen wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn van een hogere temperatuur (een van de gevolgen van klimaats verandering).

    Het experiment is opgezet langs een natuurlijke temperatuurs gradient om veranderingen in vegetatie samenstelling en processen in tentjes met die van warmere streken te kunnen vergelijken.

    De komende weken meer over het werk op de Faklklands. 28 november vertekt het schip de Ernest Shackleton naar Signy Island en komen we te weten of de tenjes de Antarctische winter overleefd hebben.

    Stef Bokhorst

    Vier seizoenen in een dag

    30 oktober 2004

    Het weer op de Falklands heeft de eigenaardige eigenschap om plotsklaps om te slaan. Ga je met factor 30 op je gezicht 's ochtends het veld in, zit je na een uur of twee alweer met twee truien en een muts op te vernikkelen van de kou. Het is dan ook niet ongewoon om vier zeisoenen op een dag te ervaren. Van een sneeuwbui naar 20 graden in het zonnetje in een twee uur.

    Voorbereid op pad is een pre.
    De afgelopen dagen zijn erg nat geweest. Regelmatig kwamen we dan ook met de landrover vast te zitten in de modder. De wegen zijn hier wat ongebruikelijk. Vanaf Stanley (de grootste ‘stad’ van de Falklands) naar Goose Green loopt er een semi verharde weg. Zo hier en daar ligt er asfalt maar grotendeels ligt er gravel. Omdat de gravel wegen veel kuilen bevatten worden dit na een regenbui glibberige plassen. De opspattende modder bedekt al gauw de hele vooruit en de rest van de auto. Het is dat het af en toe regent anders zou ik vergeten dat de auto blauw behoort te zijn. Helaas voor ons liggen de meest interresante plekken een eind van de ‘normale’ wegen af. We moeten ons zelf een weg banen door de velden en tussen de schapen. Kleine dalen kunnen na een hevige regenbui dan rap veranderen in een val voor onervaren landrover rijders, wat wij uiteraard zijn. Maar dankzij de rijvaardigheden van Merlijn en de modderige handen van mijzelf zijn we tot nu toe iedere keer losgekomen.

    Tijdens het werk in het veld word ik nauwlettend in de gaten gehouden door de Upland Goose (Chloephaga picta), Flightless steamer-duck (Tachyeres pteneres) en Turkey vultures (Cathartes aura). De eerste twee zijn alert voor hun broedsels maar die laatste verdenk ik ervan om mij voor mogelijk aas aan te zien. Regelmatig hangen er een stuk of 3 gieren boven me als ik vegetatie opnamens aan het maken ben.

    Tot nu toe ben ik voornamelijk bezig geweest met het repareren van de tentjes en sensoren. De ganzen en eenden hebben het dan wel niet op mij gemunt maar vinden kabels en ‘goed’ verborgen zakjes in de hei wel interresant. Op een heleboel plekken zie je dat er aan de kabels getrokken is door de grote scherpe lussen die ineens uit de rechte bundel van kabels steekt. Gelukkig zijn ze niet door gebeten.

    Een aantal van mijn strooisel zakjes hebben het echter wel begeven. Vorig jaar heb ik strooisel verzameld en in kleine gazen zakjes gedaan. Deze zakjes zijn binnen en buiten de tentjes geplaatst om de snelheid van de strooisel afbraak te meten. De verwachting is dat door de opwarming, de afbraak van dit strooisel sneller zal zijn. Hierdoor komen de nutrienten die opgeslagen zijn in het strooisel sneller beschikbaar in het voedselweb. Maar dit gaat natuurlijk niet als die ...vogels ze voordat ik er ben uitelkaar trekken. De schade viel gelukkig mee maar ik moet nu wel mijn plotjes gaan beschermen tegen de vogels door er touwtjes over te spannen. Zo hoop ik de meeste vogels in ieder geval uit mijn tentjes te houden.

    Het lijkt nu echt lente te worden want overal langs de kant van de weg zie je lammetjes naast de schapen verschijnen. Het weer heeft het alleen nog niet zo door want afgelopen woensdag lag er ineens sneeuw. De hele dag was het erg koud met zo nu en dan een sneeuw of hagel bui. Maar het werk gaat toch door dus gingen we de ‘bergen’ in. Daar werd al snel duidelijk dat we hogerop niet veel konden uitrichten. Op de terug weg schrokken we een uil op vanuit zijn schuilpaats tegen de wind. Nou ja, ik heb het idee dat ik harder schrok dan hij. Als je ineens een uil recht op je af ziet vliegen doe je wel even een stap opzij. Helaas ging het allemaal zo snel dat ik slecht kon zien wat voor uil het was. Meteen de vogel gids nageplozen en waarschijnlijk was het een short-eared owl (Asio flammeus) maar ik zal nog een keer terug moeten om dat te controleren.

    De enige vogels die we de rest van de dag gezien hebben was een paartje caracaras (Polyborus plancus) en de enkele turkey vulture die waakte over zijn schapen karkas langs de kant van de weg. Een van de gevolgen van het onvoorspelbare weer voor net geschoren schapen.

    Groeten Stef

     

    Technische malheur

    14 november 2004

    De technische verbindingen (telefoon/internet) met Antarctica zijn op het ogenblik verbroken. Dat betekent dat het weblog van Stef Bokhorst even niet wordt geactualiseerd. 

    Vanaf 28 november zit Stef op de boot naar een zuidelijker locatie. Uiterlijk op die datum leest u op deze plek weer nieuws van het ijs en de plantjes.

    Goose Green

    24 november 2004

    Het leven in Goose Green heeft een ander ritme dan thuis. De schapenboeren rijden meestal al rond voor zes uur s’ochtends om de schapen bijeen te drijven. De loslopende haan staat het liefst onder mijn raam te melden dat het nu echt half vijf is en dat de zon bijna op is. Het dorp is helemaal ingericht voor het scheren van schapen, overal staan hekken en zijn er wildroosters geplaatst om de schapen in een gebied te houden. Op de route naar mijn onderzoeksveld moet ik 8 keer stoppen voor deze hekken om ze te openen en te sluiten.

    Aan de rand van het dorp staan grote zwarte gebouwen van golfplaat.  Hierop staat in manshoge letters POW (Prisoners Of War). Goose Green was namelijk een van de plekken waar de Britse herovering van de Falklands terug op de Argentijnen begonnen is. Daar worden nu schapen geschoren. Ons huis heeft op een van de buiten muren een groot aantal metalen ruitjes. Volgens mij zijn dit oude kogelgaten die dicht gemaakt zijn tegen de regen en wind.

    Het gras is goener in het mijnenveld
    Overal om het dorp heen liggen nog steeds mijnenvelden van de Falklandoorlog (in 1982). Hier liggen nog honderden plastic mijnen die helaas moeilijk te detecteren zijn. Hierdoor worden deze niet opgeruimd en zie je overal prikkeldraad met waarschuwingsbordjes. Regelmatig zie je schapen in deze velden lopen omdat het gras hier veel groener is. Een paar kilometer buiten het dorp ligt een Argentijnse begraafplaats voor de gevallenen van de oorlog. Ruim 200 witten kruizen staan in een omheining (tegen de schapen). Tevens is er een lokale begraafplaats met een stuk of 20 grafstenen. Met moeite is daarop te lezen dat het om vissers en boeren van Darwin gaat uit de 19de eeuw. Net buiten Goose Green ligt namelijk het ‘plaatsje’ Darwin. Nou ja plaatsje, op het moment staan er nog 4 huizen, hiervan is de helft bedoeld voor verhuur. In het begin van de vorige eeuw was dit blijkbaar een belangrijke vissershaven. De kleine begraafplaats heeft 3 bomen staan. Dit is bijzonder omdat er verder op de Falklands geen bomen groeien. In een van de bomen heeft een Red-backed hawk (Buteo polyosoma) zijn nest gebouwd. Als we de begraafplaats naderen worden we luid toegeroepen vanuit een van de bomen. Hierdoor zien we meteen dat er een groot nest in de top zit. Zo af en toe kan je een grijs kopje van het jong boven de rand uit zien steken.

    THT 31-12-2003

    26 november 2004


    Goose Green heeft 20 huizen en wij verblijven in nr. 14. De faciliteiten zijn hier vrij minimaal, er is een telefoon en een internet cafe. Helaas heeft het internet in Goose Green nog geen enkele keer gewerkt. Voor mailcontact moeten we eerst twee uur rijden naar Stanley. Verder is er een klein winkeltje dat welgeteld drie dagen open is tussen half vijf en half zes op maandag, woendag en vrijdag. Het  meeste eten komt uit blik waar de houdbaarheids datum niet op te vinden is of anders houdbaar was tot december vorig jaar.

    Grotere C02 uitstoot in de tentjes
    Het veldwerk hier op de Falklands komt tot een eind. Om de dag ga ik het veld in om bodem respiratie te meten. Bodem respiratie is de productie van CO2 door de microbiele activiteit in de bodem en de wortel respiratie. Uit de metingen die ik tot nu toe gemaakt heb ziet het er naar uit dat de bodem respiratie binnen de 'open top chambers' 30% hoger ligt dan daarbuiten. Er komt door de opwarming dus meer CO2 uit de bodem. Dit is voor klimaatmodellen belangrijk omdat CO2 een van de broeikas gassen is die gecorreleerd zijn aan global change. Als de opwarming van de aarde tot gevolg heeft dat er meer bodem respiratie plaats vind zou dit mogelijk een zichzelf ersterkend effect kunnen hebben.

    Springstaarten en mijten
    Tussen deze metingen in zit ik de rest van de tijd achter een binoculair om de springstaarten en mijten te tellen uit mijn onderzoeks plotjes. Deze organismen vormen een belangrijke schakel in het decompositie proces. Op het moment dat er strooisel materiaal op de bodem tercht komt zijn het deze organismen die met het fractioneren van dit materiaal beginnen. De microbiele gemeenschap zorgt dan voor de verder afbraak van het strooisel zodat de nutrienten uiteindelijk weer beschikbaar komen voor de vegetatie. Om de springstaarten en mijten uit de bodem te verzamelen wordt een bodem monster onder een gloeilamp geplaatst. Hierdoor ontstaat er een vocht en temperatuur gradient waardoor ze naar beneden kruipen. Uiteindelijk vallen ze dan in een potje met alcohol waarna ik ze kan tellen. De hele dag zie ik een grote variatie aan mijten en springstaarten voorbij komen. Mijten van hooguit een derde milimeter en zwaar behaarde springstaarten van bijna twee milimeter. Als ik over 4 maanden weer terug ben in Nederland zal ik de hulp in moeten roepen van experts op dit gebied want de determinatie van deze organismen is niet eenvoudig.

    Verse mosselen en vis
    Op zondag werk ik meestal niet, dan is het weekend. Op de keren dat het mooi weer is probeer ik vanaf de steiger vis te vangen. Ik ben daar alleen nog niet zo behendig in. Een van de bewoners kon mijn gestuntel niet meer aanzien en heeft me toen goed op weg geholpen. Helaas haalde hij vis na vis uit het water en bleef ik met lege handen staan. Uit troost gaf hij me ook een vis mee naar huis. Nu komt hij zo af en toe langs met een stuk of 8 vissen en vraagt dan breed grijnzend of ik er ook een paar wil. Deze neem ik graag aan maar vind het toch een beetje jammer dat ik ze zelf niet gevangen heb.

    Mijn veld locatie bevind zich vlak naast Brenton Loch, een zee arm die tot halverwege de Falklands loopt. Als het water laag genoeg staat komen de mosselen droog te staan en is het een grote drukte met scholeksters en meeuwen. Omdat vers voedsel hier niet veel voorhanden is verzamel ik zo nu en dan ook wat mosselen voor s’avonds. Veel verser zijn ze denk ik niet te krijgen. Al  heb ik dan niet zoveel succes met het vissen, mosselen verzamelen lukt toch best aardig.

    De Falklands worden langzamerhand steeds kleurrijker, overal zie je verschillende planten tot bloei komen. In de Empetrum vegetatie zijn er in een paar dagen tijd honderden bloemen opgekomen. Scurvy grass (Oxalis enneaphylla) en Pale maiden (Olsynium filifolium) zijn erg dominant maar zijn niet zo mooi als lady’s slippper (Calceolaria fothergillii) op de foto. Deze valt door zijn geel/rode kleur erg op tussen het vale geel van het gras en het groen van de Empetrum.

    Bootreis naar Signy

    Vrijdag 26 november konden we aan boord van het schip Ernest Shackleton (zie foto) in Mare Harbour. Dit is een militaire haven hier op de Falklands. Overal langs de kant van de weg zijn er dan ook schuttersputjes en is alles in camouflage kleuren geschilderd. Zolang we doen alsof we hier thuis horen houden ze ons niet tegen en kunnen we doorrijden naar het schip. Het schip is overvol, alle hutten zijn tot hun maximum gevuld, ik slaap met 3 andere mannen op een kamer van 3 bij 4 met twee stapelbedden en een douche met toilet. Gelukkig zijn er twee ruimtes op het schip met wat banken en stoelen waar je lekker onderuitgezakt films kan kijken of wat kan lezen.

    Vertraging
    We zouden zondagochtend vertrekken maar het schip heeft nog niet genoeg brandstof en het waait te hard om bij te tanken vanaf het tankschip. Alle brandstof wordt dus per tankwagen aangeleverd, helaas gaat daar relatief gezien bar weinig in dus moet er flink veel heen en weer gereden worden. Tot overmaat van ramp is er een stroomtest tot een uur of 1 en kan er geen brandstof meer in de tankwagens gepompt worden. Uiteindelijk is er maandag om een uur of 10 genoeg brandstof en kunnen we weg.

    De boottocht langs Antarctic convergence
    Op het moment dat we de haven uitgaan voel je de deining van de zee en wordt het moeilijker om recht door te blijven lopen zonder om te vallen. De bemanning is hard aan het werk maar voor mij en de rest van de passagiers is er niet veel te doen. Dus na een compleet Engels ontbijt kan je een rondje over het buiten dek lopen, een boek lezen, een film kijken en wachten op de lunch. Hetzelfde geldt voor de poriode na de lunch. Dinsdag passeren we de Antarctic convergence, dit is de overgang van de Atlantische oceaan naar de koudere wateren rondom Antarctica. Het is buiten dan ook opmerkelijk kouder.

    Net niet zeeziek
    De deining van het schip neemt toe met de hoogte van de golven en er zijn bij het ontbijt steeds minder mensen aanwezig. De dokter deelt zeeziek pilletjes uit en ik besluit nog maar een film te gaan kijken. Zo nu en dan ga ik naar buiten om de horizon te kunnen zien, hierdoor krijg ik minder last van de deining. Woensdag stormt het echt windkracht 9 met af en toe 10. Met moeite eet ik wat ontbijt en het liefst zou ik mijn bed weer induiken. Helaas heb ik vandaag Gash, oftewel ik moet samen met wat anderen de tafels afruimen en afwassen. (Nou oke dan de vaatwasser uitruimen.) Hierna probeer ik een frisse neus te halen op het buiten dek. Het dek is behoorlijk nat van de overslaande golven dus zoek ik het wat hoger op. Helaas weet de zee mij hier ook te vinden, kijk je uit over de golven komt er ineens een muur van 6 meter water op je af. In twee tellen kompleet doorweekt.
    Om een uur of zeven val ik moe op bed en wordt pas de volgende ochtend wakker rond een uur of 6.

    Signy
    We zijn aangekomen bij de South Orkneys en liggen bijna bij Signy Island, onze verblijf plaats voor de komende 6 weken. De deining is een stuk minder dus er zijn veel mensen op de been. Om zeven uur zou de eerste groep mensen aan land gaan om een mast te repareren, maar de hele baai ligt vol ijs dus moet er eerst een gechikte landingsplek gevonden worden tussen de rotsen. Dat het hierbij nog steeds hard waait helpt niet mee.
    Tegen een uur of 9 mogen we via een touwladder 3 meter omlaag klauteren in een klein bootje. Een geschikte landingsplek vinden valt tegen en iedereen wordt goed koud in de wind en sneeuw. Dan wordt het tijd om alles uit te laden van bierkratjes tot lege oliedrums voor het afval en kisten van een kilo of twee honderd, alles moet over de modder en tussen de stenen naar de basis gesjouwd worden. Daar ligt een mooie steiger tussen de ijsschotsen niks te doen. Het is een halve dag erg hard werken maar dan zijn we er ook. Eindelijk thuis.

    Skieën op Antarctica

    10 december 2004. Ik zit nu al een week op Signy en ik voel me helemaal thuis. De accomodatie is niet groot maar net voldoende voor acht personen. Dit jaar zitten we er echter met negen, het is dus een beetje inschikken. Signy is sinds 1996 een zomerbasis geworden. Voorheen waren hier het hele jaar door wetenschappers aan het werk. De basis is dus ook drastisch verkleind. Konden er in de winter een man of twintig verblijven, nu is dat eigenlijk nog maar acht. Er zijn 4 slaapkamers met stapelbedden en de EHBO ruimte is ontruimd voor de negende. De woonkamer is net groot genoeg voor een paar onderuitzak stoelen. Tijdens het eten moet de halve kamer verbouwd worden om iedereen een plek aan tafel te geven.

    De keuken is ruim voorzien van alle gemakken, er is een oven, magnetron en frituur (dat wordt dus oliebollen bakken met oud en nieuw). Verder zijn er twee labs om in te werken en een klein hokje waar drie computers staan. Sinds dit jaar hebben we zelfs internet. Voorgaande jaren was er alleen e-mail verkeer mogelijk via een satelietverbinding die drie keer per dag geopend werd. Er staat nu alleen wel een lelijke witte sateliet bol naast het gebouw, met daaromheen een hek tegen de straling. Jammer dat de pinguins niet kunnen lezen want die trekken zich niks van dit hek aan.

    Dagelijkse routine
    De basis heeft twee grote generatoren om de stroom te leveren. Er is een osmose apparaat om zeewater om te zetten in gewoon drinkwater. Omdat de stroom en vers water van levensbelang zijn moet er om de zoveel uur gecontroleerd worden of alles nog goed draait. Iedere dag is er dus iemand de pineut om om zes uur s’ochtends op te staan en de meterstanden van de generatoren op te schrijven. Omdat je dan toch al lekker op tijd wakker bent heb je ook meteen de beurt om voor die dag vers brood te bakken. Als je dus niet om zes uur uit je bed hoeft, word je meestal wakker met vers gebakken brood uit de oven. Overdag controleert de monteur of alles nog goed draait. Om een uur of elf ’s avonds is er iemand anders aan de beurt om de generatoren te controleren.

    Omdat de basis zo klein is, is er geen kok aanwezig. Om beurten koken we dan ook. Dit is een handig systeem want zeven van de acht dagen kan je gewoon aanschuiven en slechts een keer in die acht dagen hoef je maar te koken. De meeste dagen kan je dus lang doorwerken zonder je druk te maken over het eten.

    Ski paradijs
    Signy is een klein eiland, slechts 5 bij 2 kilometer. De bergtoppen komen niet boven de driehonderd meter uit. Tussen de toppen liggen daarentegen wel grote gletjers met veel sneeuw. Een ideale plek om te skieën. Je moet dan wel zelf omhoog lopen met je ski’s maar er zijn geen wachtrijen en je kan niet tegen iemand aanbotsen of onderuit geskied worden door iemand anders. Een hele piste voor jezelf alleen! Over het eiland verspreid zijn er kleine hutten geplaatst zodat onderzoekers hier kunnen overnachten als hun werk verder van de basis afligt. Verder zijn deze hutten ook heel handig tijdens een skitocht als je even uit de wind je lunch op wilt eten.

    Het onderzoek komt maar langzaam op gang. Regelmatig sneeuwt het waardoor de vegetatie niet meer zichtbaar is. Het buitenwerk ligt dan ook regelmatig stil. Tot nu toe ben ik voornamelijk bezig geweest met het repareren en controleren van alle sensoren. Vanaf volgende week hoop ik met de vegetatie opnamens te kunnen beginnen.

    Alsof je tussen reusachtige schaakstukken vaart

    19 december 2004. De afgelopen week hebben we een paar dagen met veel zon gehad. Iedereen zag er dan ook als een clown uit met een dikke laag, factor 30 op ons gezicht. Het mooie weer bood meteen een goede kans om de hutten te voorzien van nieuw eten. Dit moet per boot gebeuren omdat de meeste sneeuw naar de hutten toe al weggesmolten is en je er dus niet meer per sneeuw scooter kan komen. De boten mogen echter alleen gebruikt worden als het niet te hard waait en er goed zicht is.

    IJsbergen
    De west kant van het eiland ligt vol met ijsbergen, deze zijn afkomstig van het continent. Door hun lange reis naar het noorden hebben ze allemaal een ander vorm en is het net alsof je tussen reusachtige schaakstukken vaart. Doordat de ijsbergen niet overal even compact zijn krijgen ze verschillende kleuren blauw. Dit komt erg mooi naar voren als de zon er op schijnt.

    Op de terugweg sloeg het weer ineens om en hadden de bootjes (Harde wind op een koude Antarctische zee doet je snel realiseren dat er tussen het ijskoude water en jezelf slechts twee stukken opgeblazen rubber zitten) best moeite om terug te komen bij de basis. Als passagier in de boot moet je opletten of er geen ondiepe rotsen of stukken ijs voor de boot liggen. Een lekke boot is hier niet prettig omdat je na een paar minuten in het water onderkoeld raakt. Daarna is er niet veel meer voor je te doen zo ver van de basis. Dus in plaats van midden in de boot te zitten moet je op de opgeblazen rubberen rand zo veel omgelijk naar voren en naar buiten zitten en goed opletten. Binnen een minuut is je gezicht dan verstijfd van de kou door het opspattende water.

    Het zeeolifanten strand

    (foto: "Smelly Elly")

    20 december 2004. Sinds een paar dagen hebben de zeeolifanten besloten dat het stukje rotsachtige strand voor onze basis hún zon strand is. De hele dag en nacht liggen ze lekker te niksen. Zo af en toe laat het mannetje horen dat hij de baas is door luid te ‘burlen’. Dit is het best te vergelijken met een luide boer na teveel eten. Maar dan wel een minuut (of soms zelfs langer) achtereen. De kleinere zeeolifanten reageren dan meteen met hun eigen geluid waardoor het net op een wedstrijd boeren laten lijkt.  Het liefst liggen ze met z’n allen zo dicht mogelijk bij elkaar waarna het mannetje (tussen de 1000 en 2000 kilo) er bovenop komt liggen. Als het weer vloed wordt zijn ze zelfs te lui om zich te verplaatsen, dus regelmatig zie je een reusachtig lijf aan de vloedlijn liggen zonder kop. De kop ligt ligt dan nog na te genieten van de zon onder water.


    Om de basis heen liggen houten loopplanken, dit vinden de zeeolifanten uitermate lekker slaapplekken. Als je 's ochtends de deur open doet kan het dus voorkomen dat er een zeeolifant voor je voeten ligt. Het hangt een beetje van zijn humeur af of hij dan op je reageert of niet. Vindt hij je vervelend dan opent hij zijn bek en probeert je op afstand te houden met z’n slechte adem. Daar ga ik in ieder geval wel voor opzij.


    Kerstgroet met jonge pinguins

    25 december 2004

    Een eindejaarsgroet vanaf Signy eiland. Aan alle bekenden én aan de webloglezers.

    Gevulde kalkoen en oliebollen op Antarctica

    1 januari 2005
    Zelfs de feestdagen gaan niet onopgemerkt voorbij op Antarctica. Sinds een week of twee staat er een kerst boom bij ons in de woonkamer en hangen er kerst versierselen door het hele gebouw heen. Kerst was zoals kerst hoort (?) te zijn: 's ochtends een uitgebreid ontbijt en dan de ‘muppet Chrismas Carrol’ kijken om in de juiste stemming te komen. De rest van de dag hebben we spelletjes gespeeld (ja zelfs op Antarctica heb ik wel eens een dag vrij) en 's avonds teveel kalkoen eten.

    Helaas is tweede kerstdag geen echte vrije dag hier dus gaat het werk met enige moeite (en tegenzin) weer van start. Na een ochtend achter de microscoop en in het veld bezig zijn heb ik er echter schoon genoeg van . Thuis heeft bijna iedereen vrij dus ik stop ermee. Samen met Helen en Richard gaan we op zoek naar wat ijswanden om te spelen met stijgijzers en pickels. Op de weg terug volgen we de graat van een van de bergen. Het waait idioot hard en hebben soms moeite met overeind blijven. Het uitzicht over de oceaan met haar ijsbergen en de wolken formaties zijn alle moeite echter meer dan waard.

    Pinguin kuikens tellen
    Mike, een van de Engelse onderzoekers hier, houdt de pinguin-populaties in de gaten. Hiervoor gaat hij regelmatig na hoeveel eieren er gelegd zijn en hoe succesvol de kuikens zijn. De pinguinkolonies liggen overal over het eiland verspreid dus ik ben altijd bereid om te helpen. Geeft mij de mogelijkheid om meer van het eiland te zien en pinguins zijn gewoon heel erg leuke vogels om naar te kijken.
    Maar hoe tel je nu de pinguineieren als je midden tussen een paar honderd pinguins staat en ze toch echt niet van plan zijn om van hun nest te stappen? Simpelweg de pinguin bij zijn staart pakken en een stukje optillen. Dit klinkt makkelijker dan het is. De adelie pinguins maken hun nesten namelijk erg dicht op elkaar. Zo’n 40-50 cm is net ver genoeg om elkaar goed dwars te zitten en langslopende pinguins eens goed te pikken. Nu loopt Mike dus zo’n kolonie in en dat vinden de pinguins niet echt fijn. Op het moment dat hij de staart van een van de pinguins oplicht om de eieren en kuikens te tellen proberen de buren gaten te pikken in zijn benen en armen. Een aantal weken geleden hebben ze al een stuk uit zijn neus en kin gepikt dus het is best oppassen. Temidden van honderden schreeuwende pinguins probeert hij aan mij (ik sta relatief veilig aan de rand van de kolonie) duidelijk te maken hoeveel eieren er liggen.

    En dan is het mijn beurt
    Een beetje onwennig benader ik mijn eerste pinguin nest aan de rand van de kolonie. De adelie op zijn nest van steentjes kijkt me argwanend aan. Op het moment dat ik zijn staart probeer te pakken bijt zijn snavel in mijn arm. Pinguins zien er heel leuk uit als ze over de rotsen waggelen maar ze kunnen  heel hard bijten!
    Met steeds sneller reflexen baan ik me een weg naar de andere kant van de kolonie waar ik opgelucht adem haal. Pinguins zijn hele leuke en grappige vogels om naar te kijken van een afstand maar als je wat dichterbij komt zijn ze in staat om je aan stukken te scheuren als je niet oppast. Al is het tellen van mossen en springstaarten niet zo sexy als door pinguin kolonies waden het is wel een stuk veiliger.

    Dit zijn nu oliebollen
    Het oude jaar wordt hier niet afgesloten met een conference, mijn vriendin, familie en vrienden zijn duizenden kilometers hier vandaan maar er zijn wel oliebollen. Een beetje onwennig bijten ze in de gefrituurde deeg ballen met krenten maar langzaam komt de bodem van de schaal in zicht. Als jaar afsluiting houden we een barbeque en schieten we lichtkogels de lucht in. Een beetje jammer dat het om kwart over twaalf alweer licht begint te worden maar iedereen is moe en gaat vol van de oliebollen naar bed.   


    Varen op de Shackleton en vliegen in de Dash 7

    13 januari 2005 - Rothera
    De week na oudjaar is voorbij gevlogen. De Shackleton had haast dus we werden een week eerder opgehaald, 5 januari in plaats van 12 januari. Alle plannen overhoop gegooid en snel de laatste metingen doen en monsters verzamelen. De terug reis viel best tegen, van begin tot eind windkracht 9-10. Ben zelf niet ziek geweest maar echt lekker voel je je niet. Na de eerste dag voelde de bemanning zich ook al niet echt lekker meer en dat werd niet veel beter na de drie dagen varen in zo’n storm.
    Het reizen per boot zal nooit echt een hobby van mij worden. Als passagier is er niet veel te doen. Iedere ochtend werd ik ook wakker met de vraag: Wat zal ik vandaag eens doen? Omdat ik me door het continue bewegen van het schip niet echt fit voelde belande ik vaak op de bank met een boek of keek film. Dit alles in afwachting van de volgende maaltijd. De beste remedie tegen zeeziekte bleek toch een volle maag zijn, blijven eten dus. Het bankliggen en eten was niet echt goed voor mijn conditie en het wordt weer hoog tijd om wat te gaan sporten.

    Nummertje trekken
    Zondag avond voeren we Mare Harbour binnen, helaas was er een wachtlijst voor de kade en moesten we een nummertje trekken. Die nacht lagen we aan een boei in de haven maar de golven waren weg dus ik was allang blij. Maandag konden we even aanmeren om het afval van de verschillende Antarctische stations af te leveren. Tegen vijven moesten we weer weg zijn omdat er een marineschip moest tanken. We vertrokken dus weer maar ditmaal niet zo ver. Na een uur of vijf kwam Stanley in zicht en dus ook de kans om eens goed de benen te strekken op vaste grond, tenminste dat dacht ik. Voordat we aankwamen kregen we te horen dat de ochtend erna een vliegtuig zou vertrekken naar Rothera station. Omdat we in eerste instantie pas 29 januari zouden vertrekken was deze eerdere vertrek datum prima nieuws.

    Hoeveel wegen we?
    Helaas moet voor deze vlucht alles gewogen worden, dus alle bagage, inclusief jezelf en deze gegevens moesten die avond nog verzonden worden aan de piloten. Met veel geklauter door het ruim hebben Merlijn en ik onze kisten met wetenschappelijk materiaal opgevist en gewogen. Met enige tegenzin mezelf en daarna alles verzonden. In totaal wegen Merlijn, mezelf en onze spullen 420 kilo. We mogen alles gelukkig meenemen maar of we al mogen vertrekken is een ander verhaal.
     
    Point of no return
    De volgende ochtend moeten we wachten totdat het vliegtuig toestemming krijgt om te vliegen. In tegenstelling tot Europa zijn er nauwelijks uitwijkmogelijkheden voor een vliegtuig in Antarctica als je moter pech hebt. Daarbij komt ook nog dat er op zicht geland moet worden en dat er niet genoeg brandstof in het vliegtuig kan om op het laatste moment terug te vliegen als het zicht slecht is. Als het vliegtuig halverwege zijn vlucht is, moet er dus besloten worden of we omkeren of doorvliegen: het “point of no return”. Vorig jaar hebben we een aantal keer om acht uur s’ochtends klaar gestaan met onze koffers om dan te horen dat we niet vliegen. ‘We proberen het vanmiddag of morgen nog een keer’, krijg je dan te horen, ‘ga nog maar een rondje door het dorp lopen’.

    Vandaag zit het echter mee we worden opgehaald met een bus en naar het vliegveld van Stanley gereden. Het vliegtuig is een knalrode Dash 7 met plaats voor 16 passagiers. De andere stoelen zijn er uitgesloopt voor de bagage. Gedurende de vlucht is het prachtig weer totdat we bij de peninsula aankomen. Na een minuut of tien duiken we de wolken in en wordt de landing ingezet. Langzaam worden het ijs en de besneeuwde bergtoppen zichtbaar. Er staat een stevige zij wind en de landing is dan ook niet zonder problemen maar het vliegtuig staat snel stil. Dit moet ook wel want de landingsbaan is slechts 900 meter lang met aan beide uiteinden zee.

    Voetballen op Antarctica

    14 januari 2005 - Rothera
    Na een korte introductie van de Base commander en een rondleiding is het eten alweer klaar. Er is op zich niks mis met de Engelse keuken maar het is toch niet verkeerd om een Franse kok in de keuken te hebben. Net zoals vorig jaar weet hij weer een fantastisch maal voor een man of 60 op tafel te zetten. Na het eten word ik meteen meegevraagd om een potje te komen voetballen. Nog geen twaalf uur geleden stapte ik nog wat onwennig van de boot en nu sta ik bij een paar graden onder nul te voetballen tussen de ijsbergen en pinguins.

    Alpen aan Zee
    Een goede beschrijving van het deel van Antarctica waar ik nu zit is moeilijk te geven. De eerste indruk die het vorig jaar op me maakte (en nog steeds doet) is net alsof half Europa onder water staat met alleen de bergtoppen van de Alpen nog daarbovenuit. Overal om je heen raakt de zee gletsjers die gevoed worden door de besneeuwde bergtoppen daarboven. Alleen kleine eilanden in de zee zijn deels vrij van ijs en sneeuw en hebben soms wat mos en korstmos op de rotsen. Het is op een van deze eilandjes (Anchorage) waar ik mijn werk voort kan zetten.

    Sneeuw en ijs pret

    Rothera 31 januari2005
    De tijd lijkt te vliegen. Het is alweer drie weken geleden dat we aankwamen op Rothera maar het lijkt veel langer. De eerste dagen kregen we een basis training over kamperen in de sneeuw, ik hoefde die maar deels te doen omdat ik vorig jaar al een aantal weken gekampeerd had op Anchorage. Een deel van de training besloeg ook de basis handelingen in het oversteken van gletsjers en reddings technieken.
    Om de oefening een beetje realistisch te laten lijken gleed een van ons een sneeuwhelling af en moest de ander je val breken en weer omhoog hijsen. Aan het eind van de middag daalden we nog af in een gletsjerspleet. De spleet bleek een komplete grot te zijn van glashard ijs met aan het plafond ijspegels. Overal om je heen kwamen er verschillende tinten blauw licht door het ijs. Iedereen die wel eens in een gletsjer is afgedaald zal je waarschijnlijk vertellen hoe sprookjesachtig het eruitziet. Veel beter kan ik het ook niet beschrijven, dit moet je gezien hebben.

    Slepen is beter dan tillen
    Anchorage Island is een langerekt eilandje op 5 kilometer van Rothera af. Als het niet te hard waait en het niet te mistig is kunnen we per boot naar het eiland gebracht worden om aan het werk te kunnen. Er zijn slechts een paar punten waar je op het eiland kunt landen met een boot en net waar dus een geschikt strandje is liggen ook de zeeolifanten te zonnen. Het is dus iedere keer een beetje oppassen als je het water in springt om de boot aan de kant  te trekken. Tot nu toe is er nooit wat gebeurt maar de grote mannetjes houden je wel goed in de gaten.
    Mijn onderzoeksveld met de open top kamers staat bijna een kilometer van het strand af en alles moet dus over de losliggende stenen omhoog gedragen worden. Gedurende de winter zijn er wat problemen opgetreden met de stroomvoorziening voor mijn sensoren. De batterijen (60 kg per stuk) moesten teruggebracht worden naar de basis voor controle. Door de batterijen aan een metalen paal te binden konden we ze met z’n tweeen naar het strand dragen waar ze opgehaald konden worden door de boot. De batterijen staan onderhand alweer op Anchorage en gelukkig had het in de tussen tijd even flink gesneeuwd. Hierdoor hoefden we de batterijen niet te tillen maar konden we ze in een slee de berg op slepen. Dit scheelde aanzienlijk wat spierpijn aan  het eind van de dag.

    Schotse dansles

    5 Februari 2005 - Rothera
    Op de basis werken opvallend veel Schotten en op Burns night (een avond ten ere van een Schotse dichter) was het dan ook tijd voor een traditioneel Schots maal en dans. Het eten was, ‘hoe kan het ook anders’ haggis. Zo lang je er niet teveel naar kijkt valt het best mee.
    Na het diner, whisky en een aantal toespraken kwam het onvermijdelijke Schotse dansen. Iedere dans werd ingeleid door een mooi koppel in traditionele kledij waarna we allemaal mee moesten doen. De vrouw man ratio ligt echter wat scheef op de basis en het werd voor de vrouwen een zware avond om met iedereen een keer te kunnen dansen.

    Kamperen
    Omdat het weer hier zo onvoorspelbaar is en we dus niet altijd op en neer kunnen naar Anchorage hebben we besloten om daar te gaan kamperen. Op een stenen kiezel veldje hebben we een oranje pyramide tent opgezet. Hierin is plek voor twee personen met in het midden een drietal kisten voor het eten, de pannen en kooktoestel. Als het echt slecht weer is hoef je alleen nog maar naar buiten om water te halen en als het moet naar de wc te gaan.
    Het eten gedurende de kampeer tochten is niet echt om over naar huis te schrijven maar ik zal het toch proberen. Voor ontbijt kan je kiezen uit Alpen muesli of havermout. Tijdens de lunch zijn er ‘biscuits brown’ dit zijn een soort koekjes die volgens mij ook door het Britse leger gebruikt worden. Met een beetje pindakaas of jam is dat helemaal zo slecht nog niet. Voor het avond eten kan je kiezen uit chili, pasta of chicken balti, alledrie uit een pakje. Heet water toevoegen en smakelijk eten.
    Het mooiste blijft toch de houdbaarheids datum. Onze voedsel box was houdbaar tot 2001, maar na chocolade met een houdbaarheids datum tot 1989 went alles.
    Na een dag of vijf wordt het hoog tijd voor een douche en vragen we of ze ons op kunnen komen halen. Als ik dan weer redelijk fris ruik en lekker gegeten heb val ik meestal als een blok in slaap net voordat mijn hoofd mijn kussen raakt.

    De laatste loodjes
    Mijn werk is bijna gedaan op Anchorage en ik begin nu echt heimwee te krijgen naar huis en mijn vriendin. Als alles de komende dagen goed gaat kan ik vrijdag 11 februarie al naar huis. Nog een keer een nachtje kamperen op Anchorage voor de laatste metingen en dan is het inpakken en iedereen gedag zeggen. Volgend jaar ben ik weer terug op Antarctica

    Groet
    Stef

    Geplaatst in: Weetjes