NPO Radio 1

Zondag van 7 uur tot 10 uur

NPO2

Vrijdag om 19.35 uur

  • Jean-Pierre Geelen: Nachtegaal

    jean-pierre_geelen.jpg

    Vorig weekend was ik jarig – dank u. 55 lentes jong alweer. Bijna op de helft, maar toch ook een leeftijd waarop je het vertrouwde rondje hardlopen noodzakelijkerwijs steeds meer gaat zien als ‘het vertragen van de tijd door te versnellen’. 

    Daar, ’s ochtends vroeg in de Haagse duinen, gaf moeder Natuur me mijn cadeautje: de zang van nachtegalen, dat opsteeg vanuit de duindoorns. Een betoverend lentegeluid dat ik iedereen toewens. Het was er niet één, maar een tienkoppig koor, nét neergestreken. Ik vergat de Fenolijn te bellen – dat krijg je dus op mijn leeftijd. Maar het was om te jubelen zo mooi.
    Maar nu moet ik oppassen. Ik moet het niet nóg mooier maken dan het al is. Laat dat maar aan mij over. Want hoe gáát het met de nachtegaal? Zeker óók weer keihard achteruit gevlogen? Natuurlijk weer ten prooi gevallen aan opwarming, ontbossing, verdroging, bestrijdingsmiddelen, stropers. Als de nachtegaal niet gewoon bezwijkt aan de vinkentering.

    Op weg naar mijn eindstreep realiseerde ik me dat ik van de eerste generatie ben die van kinds af aan leeft in het volle besef dat alles verloren gaat. Van ‘Silent Spring’ (weet u nog: dat apocalyptische boek van Rachel Carson, uit 1962), tot ‘Grenzen aan de groei’ (Club van Rome – 1972). Met mijn leven was ik van de zure regen (jaren 80) in de drup vol microplastic: het houdt niet op, niet vanzelf.

    Ik ben proefkonijn in het experiment: ‘Wat doet dat met een mens?’ Ik volg de media, dus ik weet te veel. Insecten zijn dood, bomen gekapt. ‘Eén op de acht vogelsoorten met uitsterven bedreigd’, meldde de krant, 84 procent van de vlinders verdwenen. We moeten de weidevogels water geven, anders drogen ze uit. Afgelopen donderdag, per ongeluk even de nieuwsradio aan en ja hoor: ‘Grote broedplaats van de keizerpinguïn op de Zuidpool verdwenen’. En zelfs geen populist meer die het durft te ontkennen.

    Eén ding moet ik nu dus niet doen. Niets gaan opzoeken over de nachtegaal. Niet gaan googlen. Niet. Gewoon: kop in het zand. Lustig leven is een zaak van struisvogelpolitiek. Kennis verrijkt lang niet altijd. Ik word er steeds beter in, en omdat ik jarig was, deel ik uit met mijn geheime recept: 20 gram nachtegaal, drie maal weeks – hét medicijn voor elke zwartkijker. Waar ik tegen een berg dacht op te lopen, werd ik opgetild door de jubelzang. Van nachtgalen die het tóch weer hebben gered, ondanks alles, heen en weer naar tropisch Afrika, over storm, woestijn en vangnetten, naar die ene duindoorn bij mij om de hoek. Daar waren ze, de onsterfelijke nachtegalen, en ik hoorde wat zij zongen: Alles Doet Het Nog. Eeuwig jong zette ik mijn eindsprint in. Toen ik thuiskwam, jubelde ik hard tegen mezelf: Wat een toptijd!

    Geplaatst in: Column