NPO Radio 1

Zondag van 7 uur tot 10 uur

NPO2

Vrijdag om 19.35 uur

Kijk live NPO Radio1 Luister live NPO Radio1
  • Jelle Reumer: Vrijetijdswetenschappers

    Jelle Reumer column

    Zes nieuwe keversoorten hebben ze ontdekt, en waarschijnlijk zit nog een aantal nieuwe soorten verscholen in de meegenomen monsters. Het is het eerste resultaat van een expeditie die was georganiseerd door het bedrijfje van Menno Schilthuizen, de bekende evolutiebioloog van Naturalis. Er komen meer van zulke expedities. Voor een leuk prijsje kun je twee weken mee naar het oerwoud van Borneo en deelnemen aan het bemonsteren van de ongelooflijk rijke biodiversiteit, aan het bestuderen en beschrijven van de gevonden diersoorten en uiteindelijk kun je zelfs meewerken aan de wetenschappelijke beschrijving van nieuw ontdekte soorten. Je denkt mee over nieuwe namen en wordt co-auteur van de uiteindelijke publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Het principe van deze vorm van citizen science is niet nieuw, in de VS bestaat al heel lang een organisatie met de naam Earthwatch, die over de hele wereld expedities organiseert waarbij je kunt meedoen aan archeologische opgravingen, biodiversiteitsonderzoek of astronomische waarnemingen. Het is allemaal mooie citizen science, maar wat me vooral opviel was een slogan op de website van de Leidse kevervangers: ‘You can be Darwin, too!’ We kunnen allemaal een beetje Darwin zijn.

    Wetenschappelijk onderzoek door niet academisch opgeleide biologen, meestal aangeduid met de term ‘amateurs’, lijkt bijzonder, maar is dat juist helemaal niet. Integendeel, het lijkt een typisch fenomeen van de moderne tijd dat slechts academici zich met wetenschap mogen bemoeien. Dat was vroeger wel anders. Wetenschap was een zaak van de well-to-do, lieden die bij gebrek aan de noodzaak zich in het zweet te werken, andere dingen konden gaan doen. Bioloogje spelen bijvoorbeeld. Het woord amateur is afkomstig van het Latijnse amare, liefhebben. Amateurs zijn liefhebbers, hoewel het woord in onze taal ook een licht denigrerende bijklank heeft gekregen. Ik las laatst ergens een veel mooiere term: vrijetijdswetenschapper. 

    De beroemdste bioloog aller tijden was zo’n vrijetijdswetenschapper. Hij - het was uiteraard een man want we zitten in de negentiende eeuw - was na een jaar gedesillusioneerd gestopt met zijn studie medicijnen omdat hij niet tegen bloed kon en ging daarna met gepaste tegenzin godgeleerdheid studeren. Dat was minder bloederig en de hoogste graad die deze amateurbioloog ooit behaalde was een kandidaats theologie. Intussen had hij zich op eigen kracht bekwaamd als natuurvorser. Meneer ving kevers en schoot vogeltjes uit de boom, in zijn vrije tijd. In plaats van een nette baan als predikant te aanvaarden, ging hij een reis maken. In vijf jaar tijd voer hij de wereld rond in een zeilboot en vervolgens zette hij zich achter de schrijftafel, waarna deze amateurbioloog de wereld verbaasde met dikke verhandelingen over de systematiek van zeepokken, het slingergedrag van klimplanten, de afwezigheid van muzikaliteit bij regenwormen, en het ontstaan van soorten. Zijn naam: Charles Darwin. 

    Wie de vroege geschiedenis van de biologie, de paleontologie, de geologie en andere wetenschapsgebieden bestudeert, ontdekt veel amateurs. Maar ook binnen het huidige onderzoek is de inbreng van vrijetijdswetenschappers van groot belang. Biodiversiteitsonderzoek, fenologie, paleontologie; veel vakken zouden een armetierig bestaan lijden zonder de citizen science van duizenden mensen die fossielen verzamelen, soorten waarnemen, lijsten bijhouden, collecties aanleggen, of een financieel steentje bijdragen. Zonder vrijetijdsonderzoekers was er minder wetenschap. En dat mag weleens gezegd worden.

    Geplaatst in: Column

Media

Meer in Column