NPO Radio 1

Zondag van 7 uur tot 10 uur

NPO2

Vrijdag om 19.35 uur

  • Koos Dijksterhuis: een zee van licht

    Koos Dijksterhuis
    Marijke Wempe

    Na al die zonneschijn is de zee opgewarmd tot twintig graden. Dan is er kans op zeevonk: zeelichten in de volksmond. Zeevonk is een eencellig waterwezentje dat licht kan geven, als het in aanraking komt met zuurstof, wanneer het water in beweging komt. Alleen ’s nachts valt dat op. Overdag is zeevonk soms zichtbaar als een roze wolk in het water. Wij hebben op Schiermonnikoog die roze wolk niet gezien, maar hopen toch op nachtelijk gevonk, en zoon en ik nemen tegen middernacht een kijkje op het strand.
    Schiermonnikoog ligt als Waddeneiland in de donkerste hoek van ons verlichte land. Zoon en ik lopen op de tast over het brede Noordzeestrand. Het mulle zand is verrassend reliëfrijk. We stappen onverwacht in kuilen of op stuifduintjes. Er schijnt geen maan, zelfs geen rode. Des te meer sterren schijnen er.
    Het licht van de vuurtoren veegt over het strand. Vier seconden lang zie ik zoon telkens even oplichten, gevolgd door een onderbreking van twee seconden. Vier keer wel, twee keer niet.


    De zee ruist, de zee geurt. Van niet eens zolang geleden herinner ik me de zee als een grimmig zwarte oneindigheid. Links in de verte de vuurtoren van Ameland, rechts in de verte de vuurtoren van Borkum, een enkele knipperende lichtboei als baken in zee. Verder niks.
    Zeevonk herinner ik me als fluorescerend groen oplichtende voetsporen in het natte zand, een krab die verlicht wegkruipt, een vonkenregen.
    Hoe anders is het nu. De twee vuurtorens vallen weg in een zee van licht. Overal knipperen lichtboeien: wit, rood, groen. Je zou verdwalen tussen al die bakens in zee. De oostelijke horizon is bespikkeld met tientallen rode lichtjes: de windturbines die overdag als een woud van witte stokjes aan de einder staan.
    Drie lichtbronnen zijn wel heel groot en fel; ik zou haast mijn zonnebril opzetten. Eén ervan is een feestelijk verlicht cruiseschip, met over de masten een kerstboomsnoer van lampjes, van voor- naar achterplecht. In het westen staat het booreiland bij Ameland in de schijnwerpers en in het noorden is de nieuwste aanwinst op verlichtingsgebied te zien: een drijvende fabriek waar een boorinstallatie voor gas wordt gebouwd. Goedkeuring daarvoor was de laatste wandaad van ex-minister Kamp. Overdag is het gigantische gedrocht al goed te zien, ’s nachts is het helemaal een blikvanger.
    Windturbines, booreilanden – de energie om al die lampen op zee te laten branden moet ergens vandaan komen!
    Het is eb; een brede strook zand is nat van achtergebleven zeewater. We lopen op blote voeten, waden door een binnenzee en pootjebaden tussen koddig kabbelende golfjes.
    We spatten driftig en warempel: een vonk. Nog een vonk en nog een. Geen krab, geen verlichte voeten, geen wegzwemmende schol; maar vonken doet de zee zeker!
    Zand kleeft aan onze natte benen als we terugploegen. We moeten het strand recht oversteken, en de vuurtoren rechts laten liggen. Vier keer licht, twee keer donker. Als de duinenrij zwart voor ons oprijst, is het even zoeken naar de overgang. Daar, een flauwe laagte. Op het duin draaien we ons om voor een laatste blik op de verlichte zee. Hoog erboven hangt de Poolster.

    Geplaatst in: Column