Elke zondag van 7 uur tot 10 uur op NPO Radio 1
Elke dinsdag om 19.20 uur op NPO2

  • Nathalie Baartman: Visite

    Nathalie-Baartman_02.jpg

    Het begon met een licht geknisper vanachter de wand van mijn houten, Veluwse huisje. Ah, dacht ik, een gevleugeld insect vindt de weg naar buiten niet meer. Geen last meer van. Scheelt weer een kruipende ergernis op de beschuit.

    De volgende dagen bleek het beestje niet te zijn gestorven van uitputting. Integendeel, het had zich vermeerderd. Kameraden waren toegetreden.  Met z’n allen ritselden ze de holle ruimte tot een oord van insecteuze gezelligheid. Ik klopte op de planken om duidelijkheid te krijgen over de aard van deze onaangekondigde bijeenkomst. Achteraf een merkwaardige handeling. Alsof de vliegachtigen stil zouden vallen en zouden roepen: ‘Zegt u t maar!’

    Wespennest. Het was de eerste diagnose die in me opkwam en ik voelde dat ik de angel van het probleem haarscherp benoemd had. Meteen nam ik mijn toevlucht tot google. Wat ik vaker doe bij jeuk, onweer en andere ongemakken.

    Als je wespennest googlet, krijg je ‘bestrijden’ er meteen bij. Blijkbaar is dat een populaire combinatie. Wespennest bekogelen of wespennest imiteren is beduidend minder hitgevoelig. Gecertificeerde ongediertebestrijders, las ik. Ze bestaan. Glimlachend met een foto op internet. Je kan ze bellen. Ik wantrouw bestrijding. Het wordt te vaak ingezet ter handhaving van de groene, gevestigde orde. Een gebukte man in een kniebroek die met een plantenspuit vol pesticiden het ongewenste kruid tussen de richeltjes verdelgt. ‘Zit mijn grondwater niet te verzieken.’ Ik ben te laf om het te roepen.

    Natuurlijk ben ik geen heilige Franciscus. Ik elektrocuteer wel ns een mug of grijp niet in als mijn dochter met haar onderzoekende vingertjes een pissebed plet. Dat zijn eenmalige executies. Bestrijden is me te definitief, te fataal, te uitroeierig. Dus belde ik geen glimlachende, gecertificeerde meneer, maar ging voor liasez-faire. Zoals ik afgelopen winter mijn drie badkamernaaktslakken gedoogde.

    Maar toch. Op slakken moet je hooguit niet gaan staan blootsvoets. Wespen zijn anders. Temperamentvoller. Het gonzen wordt luider. De vlinderstruik heeft zich ontpopt tot een druk bezocht ontmoetingscentrum van zoemende zielen. Ondanks dat ik geniet van de vele kruisbestuivingen groeit er onbehagen in me.

    Ik heb cartooneske achtervolgingen gedroomd van mij en een zwarte zwerm. Dat ik op tekenfilmachtige wijze net op tijd in een regenton sprong. Toen een biologische kennis zei: ‘ Tien wespensteken kunnen funest zijn voor een meisje van twee’, sloeg argeloosheid om in angst.

    Er was maar één uitweg.

    - ‘Mama, wat doe je?’
    - ‘Koffers pakken, schat. We gaan op vakantie.’

    Geplaatst in: Column

Meer in Column