De rups van de grote wintervlinder (Erannis defoliaria) is een opvallende verschijning die vooral in het voorjaar, van maart tot juni, actief is. Deze rups behoort tot de familie van de spanners en is berucht om de schade die hij kan aanrichten door loofbomen, zoals eiken, volledig kaal te vreten.
De rups is zeer variabel van kleur, maar heeft een aantal kenmerkende eigenschappen.
De rugzijde is meestal roodbruin tot donkerbruin met een duidelijke donkere lengtestreep over het midden.
Langs de zijkanten loopt een brede, felgele band. In deze band zijn witte ademhalingsopeningen (spiracula) te zien, die vaak omringd zijn door donkerbruine ringen of roodachtige vlekjes.
De kop is stevig en heeft een roodbruine kleur.
Een volgroeide rups bereikt een lengte van ongeveer 32 tot 35 mm.
Als 'spanrups' heeft hij slechts één paar buikpoten en één paar naschuivers. Hierdoor beweegt hij zich voort door zijn lichaam in een lus (Ω-vorm) te trekken en weer te strekken.
Bij verstoring laat de rups zich aan een zijden draad uit de boom vallen. Hij blijft daar hangen tot het gevaar geweken is en klimt dan via de draad weer omhoog.
Ik zag deze in een bos vlak bij Hulst in Zeeuws-Vlaanderen.
Foto: 19-4-2026
Lees meer
Reacties (4)
Die hangt daar mooi scherp bij!
groet Hanneke
Goed gelukt. Het is altijd een uitdaging om ze zo mooi op de foto te krijgen
vrgr Annelies V.