Het kost bij de meeste meeuwen vier jaar om het adulte verenkleed te bereiken. Tussendoor veranderen ze, door meermaals te ruien, voortdurend van uiterlijk. Dit maakt het determineren van de onvolwassen vogels een behoorlijke uitdaging.
Bij meeuwen gebruiken we kalenderjaren om de leeftijd aan te duiden. Er wordt ook wel gesproken van juveniel of winterkleed. Een vogel is in zijn/haar 1ste kalenderjaar (1ste kj) vanaf het moment van uit het ei kruipen tot en met 31 december van dat jaar. Het 2de kalenderjaar (2de kj) begint vanaf 1 januari t/m 31 december van het daaropvolgende jaar, etc.
In het 1ste kj is de meeuw vooral bruin met een bruin-wit geschubde tekening op de vleugels en rug en een vrijwel geheel donkere snavel en iris.
In het 2de kj zijn de vleugels vooral bruin maar zijn er grijze veren te zien op de rug. De snavel heeft nu een lichte basis en de iris is wellicht licht.
In het 3de kj zijn de bruine veren grotendeels vervangen door grijze veren en is ook de iris lichtgekleurd.
Bovenstaande beschrijving is lang niet volledig; de echte meeuwenkenner let ook op de buitenste grote dekveren, handpennen, grootte etc. Daarnaast bestaat er ook nog een geografische variatie: in de winter zijn er veel Scandinavische vogels op onze stranden. Deze zijn een slag groter [en de juveniele kleden zijn vaak lichter dan ‘onze’ zilvers], dus dat maakt het nog gecompliceerder ze in het juiste kalenderjaar te plaatsen.
Bron: Vogelbescherming [deels]
Lees meer
Reacties (2)
Goede informatie bij deze mooie foto !!
Heel mooi plaatje en interessante info, zo leer ik nog eens wat. Dank je wel.
Gr.Ans