Nimf blindwants met opvallend rode dijen?
Dit nimfje zag ik gisteren in mijn moeders tuin (Amstelveen), op rozemarijn.
Ik herken hem niet, met die opvallende donkerrode dijen. Ook opvallende gele ogen.
ObsIdentify herkent ’m ook niet. Die maakt er een onzekere vierpuntsierblindwants, aardappelprachtblindwants, mediterrane prachtblindwants of nog anderen van. En ik meen toch vrij zeker te weten dat dat niet klopt. Of het moet een afwijkende vorm zijn?
Iemand hier die het weet?
Vandaag ving ik op dezelfde rozemarijnstruik nog een ander exemplaar (vermoedelijk man) en deze heb ik nu voorlopig in gevangenschap om zo nodig op te kweken. Exemplaar van gisteren was vermoedelijk vrouw.
Extra foto’s van vandaag gevangen man(?), die op enkele kleine punten verschillen vertoont, zijn beschikbaar.
Helaas geen betere foto’s maar hoop dat het voldoende is.
Het gaat om deze waarneming en ik heb mijn vraag ook op het forum van waarneming uitgezet.
https://waarneming.nl/observation/397714116/
Ik herken hem niet, met die opvallende donkerrode dijen. Ook opvallende gele ogen.
ObsIdentify herkent ’m ook niet. Die maakt er een onzekere vierpuntsierblindwants, aardappelprachtblindwants, mediterrane prachtblindwants of nog anderen van. En ik meen toch vrij zeker te weten dat dat niet klopt. Of het moet een afwijkende vorm zijn?
Iemand hier die het weet?
Vandaag ving ik op dezelfde rozemarijnstruik nog een ander exemplaar (vermoedelijk man) en deze heb ik nu voorlopig in gevangenschap om zo nodig op te kweken. Exemplaar van gisteren was vermoedelijk vrouw.
Extra foto’s van vandaag gevangen man(?), die op enkele kleine punten verschillen vertoont, zijn beschikbaar.
Helaas geen betere foto’s maar hoop dat het voldoende is.
Het gaat om deze waarneming en ik heb mijn vraag ook op het forum van waarneming uitgezet.
https://waarneming.nl/observation/397714116/

Log in om te reageren
InloggenNog geen account? Registreer je nu
Reacties (24)
Sinds 13-05 heeft nimfje een ruimer verblijf met keus tussen rozemarijn en hertshooi (zelfde variëteit als de plant waar ik al 3 jaar volwassen exemplaren op aantrof). Bij overzetten klom hij in eerste instantie in het takje hertshooi (was ook dichtste bij). Maar een paar uur later zat hij op de rozemarijn (van dezelfde struik als waar ik hem in de tuin had aangetroffen) en daar is hij sindsdien gebleven. Hij/zij toont geen enkele interesse in het andere takje.
Ik snap ’m ook wel want in die rozemarijn zit ie zó goed gecamoufleerd dat ik ’m voortdurend kwijt ben :-))).
Nimfje is levendig en lijkt happy. Tot eergisteren zag ik weinig fysieke verandering maar vandaag, precies een week na de vangst, zie ik opeens duidelijke veranderingen.
Ik heb even wat foto’s naast elkaar geplaatst ter vergelijking. Ik weet niet of het lukt om er meer in dit bericht te plaatsen maar anders plaats ik de andere hierna nog.
Erg leuke serie van die Elasmucha. Mooi dat ze zelfs tot het einde bij elkaar bleven. Die paar keren dat ik het gevolgd heb (20jr geleden ofzo - andere fotokwaliteit ook toen) was de kudde aan het einde toch duidelijk meer verspreid geraakt.
Die Rozemarijn als vermoedelijke waardplant voor de nimfen is misschien wel interessant. Ik zal het Berend eens voorleggen - wil hem toch nog wat opsturen.
Benieuwd naar je resultaat! :o)
Groetsjens, Arp
Zowel de nimf van deze foto als de nimf die ik gevangen heb zaten op dezelfde grote rozemarijnstruik en daar zat een dag tussen dus het lijkt me aannemelijk dat ze dat een acceptabele waardplant vonden. Ik heb hem direct in een glazen pot gedaan met gaatjesdeksel (kan groter, maar heb even niet anders) met twee rozemarijntakjes met zowel blaadjes als bloemetjes. De andere genoemde planten staan volgens mij niet in mijn moeders tuin, behalve Hertshooi maar dat is volgens mij een andere Hypericum cultivar dan de Hidcote.
Grappig genoeg zag ik juist de volwassen exemplaren van C. trivialis die ik de afgelopen 3 jaar al aantrof, heel vaak op de Hypericum. Die staat overigens in de achtertuin. De rozemarijn in de voortuin.
Hopelijk lukt het om redelijke foto’s van het vervolg te maken en daar zal ik dan hier een paar van plaatsen.
Het hele transformatieproces volgde ik overigens wel al eerder van andere wantsen maar dan gewoon buiten, oa van de Gewone Kielwants. Ik heb ook foto’s van het vervellingsproces, maar niet van alle stadia.
Wantsen heb ik nooit eerder uitgekweekt dus dat wordt een leuke (hopelijk) nieuwe ervaring. Als oud NJN’er en met een bioloog als vader ben ik wel van jongs af aan al geïnteresseerd in en in de weer met heel divers ’wild’ beestenspul, klein en groot.
Als ik nieuwe foto’s van het proces heb zal ik ze hier plaatsen.
Het nimfje op je foto's zal ongeveer halverwege het laatste stadium zitten. Tegen het einde worden met name de punten van de vleugelkapsels vaak donkerder (zoals hier bijvoorbeeld), al zal dat wellicht ook wat afhangen van man/vrouw in dit geval. Anyway, afhankelijk van de temperatuur en voedselaanbod zal het niet meer lang duren (dagen, geen weken).
Maar voedselaanbod is zeker wel aan te raden nog. In de (Noord)-Europese literatuur vind je weinig tot niks hierover (als de soort überhaupt al genoemd wordt). Wagner schreef in 1964 nog "Biologie: Inconnu".
Op de website van Berend en op waarneming wordt de info uit de Verspreidingsatlas (Aukema & Hermes, 2014) geciteerd:
Voedsel: fytofaag: o.a. dwergmispel Cotoneaster, bruidsbloem Deutzia sp., liguster Ligustrum sp., lijsterbesspirea Sorbaria sorbifolia en meelbes Sorbus aria. In Zuid-Europa schadelijk voor citrus en olijf.
In het artikel van Tristan wordt uit Engeland vooral de Hypericum cultivar ‘Hidcote’ aangedragen en verteld dat in Perdikis et al. (2009) gemeld wordt dat de nimfen "a range of herbaceous weeds" kunnen gebruiken voordat de volwassen dieren naar Olijf verhuizen. Het artikel van Perdiks vind je hier maar ik kan de info er niet makkelijk uithalen (?!).
Op de Engelstalige Wikipedia wordt nog wat meer genoemd, met daaronder een literatuurlijst waar die info uit zal komen. Dat heb ik even niet allemaal doorgeploegd. Wees er bedacht op dat de soort in oudere literatuur nog Calocoris trivialis genoemd kan worden.
Al met al lijkt het erop te duiden dat de nimfen niet heel erg kieskeurig zullen zijn. Het makkelijkste is natuurlijk om een takje van de plant aan te bieden waar de nimf op werd aangetroffen, maar zo'n beestje kan ook verdwalen, dus wat anders erbij kan ook geen kwaad. Takje in een klein potje/flesje water (hals afsluiten met vershoudfolie) of in een prop natte tissue met plastic/alufolie er omheen en het geheel in een gesloten, voldoende geventileerde kweekkooi - bijvoorbeeld een grote vaas, afgesloten met een stukje vitrage of desnoods keukenpapier.
Het is erg leuk te lezen dat je ook geinterresseerd en enthousiast bent om er meer over aan de weet te komen .
Uitkweken is heel erg leuk en nuttig als je dat goed met de camera kunt documenteren en op de plek waar ze aanwezig zijn de verschillen en stadia te volgen. Je maakt trouwens goede foto' s (wrn.) en ik vroeg me al af met wat voor camera je die maakte.
We zien/lezen graag over het verdere verloop van het uitweken. Heb je dat eerder/vaker gedaan? Het is heel boeiend en interessant om op die manier het ontwikkelingsproces te volgen en vast te leggen, is mijn ervaring. En gaat er weer een nieuwe wereld voor je open die nog meer respect en verwondering voor dat kleine spul afdwingt.
Succes ermee!
Dat er per instar/stadium (begin/eind, sekse, lokale omstandigheden en heel veel meer) zelfs binnen 1 soort (grote) verschillen kunnen zijn tussen nimfjes wist ik al van andere soorten.
Dat is één van de redenen waarom ik wantsen zo boeiend vind. Als zelfbenoemd ’creatief brein’ kan ik de nimfen als de ware transformatiekunstenaars die ze zijn enorm waarderen!
Maar het grotere geheel van ’de weg naar erkenning’ is mij nu nóg duidelijker. En het respect voor de ’echte experts’ nog groter.
Dank voor de genomen tijd en moeite om één en ander zo helder en bondig uiteen te zetten. Ik weet zeker dat verreweg de meeste mensen geen idee hebben….
Zelf probeer ik waar ik kan en enige interesse bespeur bij andere leken ook bij te dragen met het weinige dat ik zelf meen te weten.
En uiteraard hoop ik met mijn foto’s ook een ienimieni steentje bij te dragen. Beschrijving van stadia en soorten zal ik mij niet aan wagen maar ik maak graag macrofoto’s met mijn smartphone (en een goede macro opzetlens). Naast ’artistieke’ foto’s ik probeer ik, zeker wanneer ik niet zeker ben van een soort, ook altijd ’registratie foto’s’ te maken en daarbij details in beeld te brengen die van belang kunnen zijn.
Van mijn gevangen nimfje zal ik proberen om een bescheiden fotodagboek bij te houden en dat dan tzt met foto’s van het volwassen exemplaar op wrn in te voeren.
Als het inderdaad een 5e instar nimf is zal dat toch niet heel lang meer duren (hooguit een dag of 6-10?). Ben benieuwd, wordt vervolgd!
Nogmaals dank voor de uitleg en inspiratie!
Vergeten: Je suggestie om de nimf uit te kweken kan alleen maar ZEER worden aangemoedigd. Het is altijd alleen maar goed en nuttig om meer, meer, meer beeldmateriaal van door uitkweken zeker gedetermineerde jeugdstadia beschikbaar te krijgen. Bewijs is beter dan aanname.