Nimf blindwants met opvallend rode dijen?
Dit nimfje zag ik gisteren in mijn moeders tuin (Amstelveen), op rozemarijn.
Ik herken hem niet, met die opvallende donkerrode dijen. Ook opvallende gele ogen.
ObsIdentify herkent ’m ook niet. Die maakt er een onzekere vierpuntsierblindwants, aardappelprachtblindwants, mediterrane prachtblindwants of nog anderen van. En ik meen toch vrij zeker te weten dat dat niet klopt. Of het moet een afwijkende vorm zijn?
Iemand hier die het weet?
Vandaag ving ik op dezelfde rozemarijnstruik nog een ander exemplaar (vermoedelijk man) en deze heb ik nu voorlopig in gevangenschap om zo nodig op te kweken. Exemplaar van gisteren was vermoedelijk vrouw.
Extra foto’s van vandaag gevangen man(?), die op enkele kleine punten verschillen vertoont, zijn beschikbaar.
Helaas geen betere foto’s maar hoop dat het voldoende is.
Het gaat om deze waarneming en ik heb mijn vraag ook op het forum van waarneming uitgezet.
https://waarneming.nl/observation/397714116/
Ik herken hem niet, met die opvallende donkerrode dijen. Ook opvallende gele ogen.
ObsIdentify herkent ’m ook niet. Die maakt er een onzekere vierpuntsierblindwants, aardappelprachtblindwants, mediterrane prachtblindwants of nog anderen van. En ik meen toch vrij zeker te weten dat dat niet klopt. Of het moet een afwijkende vorm zijn?
Iemand hier die het weet?
Vandaag ving ik op dezelfde rozemarijnstruik nog een ander exemplaar (vermoedelijk man) en deze heb ik nu voorlopig in gevangenschap om zo nodig op te kweken. Exemplaar van gisteren was vermoedelijk vrouw.
Extra foto’s van vandaag gevangen man(?), die op enkele kleine punten verschillen vertoont, zijn beschikbaar.
Helaas geen betere foto’s maar hoop dat het voldoende is.
Het gaat om deze waarneming en ik heb mijn vraag ook op het forum van waarneming uitgezet.
https://waarneming.nl/observation/397714116/

Log in om te reageren
InloggenNog geen account? Registreer je nu
Reacties (24)
Hallo samen,
met de vraag over de nimf raak je aan een algemeen probleem in de entomolgie: Van de meeste soorten insecten zijn doorgaans alleen de volwassen dieren (imago's) deugdelijk beschreven.
Wil je jeugdstadia goed beschrijven dan haal je je meteen veel werk op de hals, want niet alleen zijn er doorgaans 3-6 jeugdstadia (tussen de verschillende vervellingen van larve of nimf) maar het uiterlijk daarvan kan ook nog eens behoorlijk verschillen tussen begin en eind van een stadium (vlak na en vlak voor de vervelling).
En dan heb je nog individuele variatie, variatie onder invloed van externe factoren (temperatuur, voedsel etc.), mogelijk sexueel dimorfisme dat al bij jeugdstadia tot uitdrukking komt etc. etc.
Als iemand wel de moeite heeft genomen om van een soort alle jeugdstadia te vinden of op te kweken en vervolgens te beschrijven ben je in veel gevallen eigenlijk nog geen steek verder. Want zolang niet van alle gelijkende soorten (in zeer brede zin) dat werk gedaan is, hoe kun je dan zeker weten dat de nimfen van een zustersoort die nog niet beschreven zijn er misschien niet identiek uit kunnen zien?!?
En uiteindelijk moet er ook nog eens iemand een stief jaartje voor gaan zitten om van alle beschikbare beschrijvingen, die meestal niet of nauwelijks op elkaar aansluiten qua gebruikte terminologie maar vooral qua beschreven kenmerken, een vergelijking te maken om op basis van die kenmerken een sleutel in elkaar te flanzen waarmee je alle verschillende soorten in alle jeugdstadia op een beetje overzichtelijke manier van elkaar kunt onderscheiden.
Dat werk is voor het overgrote deel van de insecten simpelweg nog niet gedaan of zelfs nog maar nauwelijks begonnen.
Echte experts zijn er dan ook vaak vrij formeel in om vast te stellen dat zolang niet van alle vergelijkbare soorten officieel het betreffende stadium beschreven is, dat ze dan liever geen zekere uitspraken doen over welke soort het "is".
Als zo iemand uit eigen ervaring (decennia veldwerk) alles al wel een keer gezien heeft (ook de nimfen van de superbloedpoepzeldzame soorten) en op basis daarvan en de omstandigheden van de waarneming (tijd van het jaar, ecologische niche etc.) het wel aandurft, dan kun je soms ook wel een validatie krijgen zonder dat er een uitputtende sleutel voor de nimfen bestaat. Zo iemand ben ik niet en ik ken er in Nederland maar één, al doe ik daar wellicht wat mensen mee tekort.
We kunnen allemaal op basis van plaatjeskijken wel een eind in de goede richting komen. Zo kan ik je vertellen dat ik "even" door alle boeken die ik beschikbaar heb heen ben gegaan en op alle betrouwbare websites die ik ken heb rondgeneusd en dat ik geen enkele afbeelding of beschrijving van een nimf van een andere soort kan vinden die goed in de buurt komt van jouw foto's (lichaamsbouw, lengte van de antennes, verhouding van de antenneleden, beharing, kleur ...). Dat, in combinatie met het gegeven dat de soort ook als imago van die locatie bekend is, maakt het dan voor mij wel heel erg aannemelijk dat het ook die soort zal zijn. Maar dat is beslist geen mening van een expert. Meer een educated guess van een hobbyist die vroeger ook ooit wel eens wat met wantsen heeft gedaan.
Voor heel veel algemene wantsensoorten, vooral Pentatomoidea eigenlijk, "durf" ik zo nu en dan best wel eens een naam te roepen bij foto's van nimfen of eitjes en het zal bijna altijd nog wel kloppen ook nog, puur op basis van statistiek -> ik weet dan zeker dat het nimfje van die soort er zo uitziet en dat de nimfjes van andere soorten die ik veel gezien heb er niet zo uitzien en alles wat ik nog nooit gezien heb is relatief weinig en zeldzaam en vergeet ik dan voor het gemak maar even.
Maar strikt genomen ben ik dan dus eigenlijk altijd even een typisch gevalletje Dunning-Kruger aan het etaleren. Ongehinderd door echte kennis van zaken en inzicht maar wat roepen op basis van toch echt te weinig daadwerkelijke kennis.
Dat gezegd hebbende: Je nimfje zal dus gewoon een 5e stadium Closterotomus trivialis zijn
*smiley-met-een-brede-grijns-en-een-net-iets-te-stoer-zonnebrilletje*
Deze volwassen wantsen herken ik sindsdien wel. Maar nimfen kwam ik nog niet eerder tegen en ik vond geen vergelijk op wrn, daarom dacht ik dat het dat niet kon zijn.
Op de laatst bijgevoegde foto uit 2023 staat volgens mij ook een
Mediterrane prachtblindwants.
Ik zal nog even een wantsenkenner vragen om er naar te kijken.
Ik keek wel al bij de Mediterrane Prachtblindwants maar ik ging uit van de enige foto van een nimf die als vb wordt gegeven op het tabblad ’Details’ en daar zijn de dijen toch groen en ook geen rood in de ogen.
Ik zie nu dat er wel ook foto’s van veel meer gelijkende nimfen zijn opgeslagen onder de Mediterrane Prachtblindwants waarvan er één ook goedgekeurd is als ’aannemelijk’.
Daarmee lijkt het mij nu dan ook aannemelijk dat ’mijn nimf’ ook een Mediterrane Prachtblindwants betreft. Te meer omdat ik sinds 2023 al elke zomer meerdere volwassen exemplaren in haar tuin vond.
Toch ben ik benieuwd of een expert het ook kan bevestigen.
En anders heb ik nu in elk geval ook 1 nimf in ’opkweek’ dus daar moet over een aantal weken toch met zekerheid van vast te stellen zijn wat er nou uiteindelijk uitkomt.
Deze (foto) is van 2023, ook in mijn moeders tuin.
Hier de link direct aanklikbaar.: https://waarneming.nl/observation/397714116/
En hier de link naar je vraag op wrn.; kunnen wij de reacties ook volgen!
Deze foto kwam ik op wrn. tegen van de Mediterrane Prachtblindwants --Closterotomus trivialis. Die lijkt er wel op; het is een vrij nieuwe invasieve exoot..
De wants wordt hij genoemd in dit artikel van Naturalis op pag. 57. over nieuwe soorten.
https://waarneming.nl/observation/397714116/